15-07-09

Gerrit Achterberg

Achterberg was de derde zoon in een calvinistisch gezin met negen kinderen. Zijn vader was aanvankelijk koetsier en later, na de toegenomen populariteit van de automobiel, boer. Achterberg blonk uit op school en begon in 1924 een carriére als onderwijzer. Zijn literaire debuut vond in hetzelfde jaar plaats; samen mat Arie Dekker, die hem tot schrijven stimuleerde, publiceerde hij de inmiddels verloren gegane bundel: De zangen van twee twintigers. Hij beschouwde het werk later als een jeugdzonde. Door zijn omgeving werd Achterberg intussen meer en meer beschouwd als een introverte zonderling. Een verloving werd verbroken nadat hij, met een pistool in de hand, had gedreigd met zelfmoord en hij werd afgekeurd voor militaire dienst wegens 'zielsziekte'. Zijn carrière als dichter kreeg pas duidelijk gestalte nadat Roel Houwink zich als zijn literaire mentor ontpopte. Het eerste resultaat was de bundel Afvaart (1931) waarin Achterbergs hoofdthema al aanwezig was: het oproepen van de gestorven liefde. Na de publicatie van Afvaart raakte Achterberg in een geestelijke crisis. Hij werd enkele keren opgenomen in een psychiatrische inrichting en had moeilijke relaties met vrouwen. De verwarring die dat meebracht, leidde bij Achterberg vaak tot geweldadige buien. De ontwikkelingen mondden uit in een drama. Achterberg had in 1934 het onderwijs verruild voor een baan als landbouwcrisisambtenaar bij de crisis vee centrale in Utrecht. Hij woonde aldaar op kamers en kreeg , hoewel hij inmiddels verloofd was, een relatie met zijn hospita Roel van Es. Op 15 december 1937 schoot Achterberg de toen 40-jarige vrouw dood en hij verwondde haar 16-jarige dochter Bep in de commotie die was ontstaan nadat hij getracht had Bep te overweldigen. Hij meldde zichzelf bij de politie aan en werd tot tbs veroordeeld. Tot augustus 1943 verbleef hij in diverse psychiatrische inrichtingen. Daarna volgde een periode van resocialisatie tot de tbs in 1955 definitief werd opgeheven.De laatste jaren van zijn leven woonde Achterberg tesamen met zijn vrouw Cathrien van Braak (oude jeugdvriendin) in Leusden waar hij in 1962 aan een hartaanval overleed. Gedicht- Diaspora : Al zijt gij in onnoembaarheid/ glanzende scharen van mijn wil/ zijn uitgegaan om u te tellen/ een prevelen, niet te verstaan/ zal eenmaal samenvallen/ met onze kennismaking/ diep in taal/ Dan treedt uw lichaam uit mijn som/ want alle moleculen/ roep ik weerom uit hun verstrooiing. Alle.7FPCAZ45QH5CAS6PADLCA8KZ97ACALDPJXHCAE3E7A5CANSND5FCAKZ35D7CAF2XJ7ECAYP8JABCA2U4RTPCA1RHD1ECA1MEN4WCAQAR3L0CAY0VX6BCA7K4H8ICAZPUKE4CA17WNU8CAH2TVHVCA3TZMN1

17:30 Gepost door William Fields in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.